Heb je opruimen op je to-dolijst staan, maar schuif je het steeds voor je uit? Je bent niet de enige. Opruimen klinkt vaak als iets wat je even moet doen, maar voor je het weet ben je een hele dag bezig met spullen uitzoeken, schoonmaken en bedenken waar alles eigenlijk moet blijven.
Toch hoeft opruimen helemaal geen groot project te zijn. Je hoeft er geen heel weekend voor vrij te maken en je huis hoeft ook niet in één keer van boven tot onder aangepakt te worden. Als je iedere dag een beetje doet, kom je ook een heel eind.
Het belangrijkste is dat je leert om makkelijker keuzes te maken. Wat gebruik je echt? Waar word je blij van? En welke spullen mogen nu eindelijk je huis verlaten?
Te veel spullen, te weinig ruimte
Je kent het waarschijnlijk wel. Een boekenkast waarin alles inmiddels dubbel staat, een keukenla vol spullen waarvan je denkt dit kan nog wel eens handig zijn en een kledingkast die eigenlijk alleen nog dichtgaat als je er flink tegenaan duwt. En dan kijk je om je heen en denk je: hoe is het eigenlijk zó ver gekomen?
Dat gebeurt meestal niet in één keer. Het zijn de kleine dingen die zich steeds verder opstapelen. Iets wat je even ergens neerlegt, een tas die nog uitgezocht moet worden, spullen die je ooit nog wilt repareren en kleding die je misschien ooit nog gaat dragen. Voor je het weet, is er meer spullen dan ruimte.
En het fijne is: je hoeft niet meteen je hele huis op z’n kop te zetten. Begin klein en pak het stap voor stap aan.
Opruimen betekent vooral keuzes maken
Opruimen gaat uiteindelijk niet zozeer over spullen verplaatsen, maar het gaat vooral over keuzes maken. Wat wil je bewaren? Waarom wil je het eigenlijk bewaren? Waar wil je het bewaren? En misschien nog belangrijker: zou je het vandaag opnieuw kopen?
En daar begint het.
Maak de keuze om te beginnen, om een plek af te maken en om het daarna ook opgeruimd te houden. Dat klinkt misschien simpel, maar juist die kleine beslissingen zorgen uiteindelijk voor meer ruimte en overzicht.
En laten we eerlijk zijn: soms voelt opruimen als een marathon, terwijl je eigenlijk alleen even een korte wandeling wilde maken.
Daarom geven wij je negen tips om makkelijker keuzes te maken. Welke spullen mogen blijven? Wat kan er weg? En hoe zorg je ervoor dat het opruimen behapbaar blijft en je onderweg niet het overzicht verliest?
En omdat een beetje hulp bij het beginnen nooit weg is, kun je onderaan dit artikel ook onze gratis opruim-checklist downloaden. Een handig overzicht waarmee je stap voor stap door je huis kunt gaan en meteen kunt afvinken wat je hebt gedaan.
1. Plan je opruimactie
Begin niet met de gedachte: vandaag ga ik mijn hele huis opruimen. Dat klinkt al vermoeiend voordat je begonnen bent. Kies liever één kleine plek. Een la, een plank, een kastje of dat ene hoekje waar al weken een stapel spullen ligt.
Bedenk vooraf wanneer je gaat beginnen en hoeveel tijd je ervoor hebt. Heb je maar vijftien minuten? Prima. Zet een timer en ga aan de slag. Vaak merk je dat je na die vijftien minuten lekker bezig bent en vanzelf nog even doorgaat. Maar wil je daarna stoppen, dan is dat ook helemaal goed.
Eén opgeruimde lade is tenslotte nog steeds één opgeruimde lade.
Probeer tijdens het opruimen ook op één plek te blijven. Het is zo verleidelijk om spullen door het huis heen te verplaatsen. Je begint in de keuken, loopt met iets naar boven, ziet daar weer een stapel liggen en voor je het weet heb je op vijf plekken een opruimproject gestart.Dat helpt meestal niet. Maak eerst één plek helemaal af. Daarna kun je verder.
2. Zorg dat je alles bij de hand hebt voordat je begint
Met een beetje voorbereiding maakt opruimen een stuk makkelijker. Zet daarom voordat je begint vier dozen, klapkratten of stevige boodschappentassen klaar.
Geef iedere doos een duidelijke bestemming.
1. Elders opbergen of repareren: Spullen die ergens anders in huis thuishoren of nog gerepareerd kunnen worden.
2. Weggeven, verkopen of naar de kringloop brengen: Spullen die nog goed zijn, maar die je zelf niet meer gebruikt.
3. Twijfelgevallen: Spullen waar je nog niet goed van weet of je ze wilt houden.
4. Weggooien: Alles wat kapot, incompleet, versleten of niet meer bruikbaar is.
Zet ook meteen je schoonmaakspullen klaar. Een stofzuiger, een emmer met water en een paar microvezeldoeken zijn vaak al voldoende om een opgeruimde plek daarna ook meteen fris en schoon te maken.

3. Stel jezelf twee vragen bij elk item
Vind je het lastig om te bepalen wat mag blijven? Stel jezelf dan bij ieder item twee eenvoudige vragen: gebruik ik dit echt en word ik hier echt blij van? Het antwoord maakt de keuze vaak een stuk makkelijker.
Natuurlijk zijn er spullen die je niet gebruikt én waar je ook niet blij van wordt, maar die je wél moet bewaren. Denk bijvoorbeeld aan belangrijke belastingpapieren. Maar bij veel andere spullen zijn deze twee vragen een prima uitgangspunt.
4. Gebruik extra vragen als je twijfelt
Soms weet je het gewoon niet. Je hebt iets al jaren, er zit een herinnering aan, je vindt iets misschien mooi of je denkt dat je het misschien ooit nog nodig hebt. En tegelijkertijd vraag je je af of je het echt wilt bewaren.
Leg het dan niet meteen terug in de kast, maar stel jezelf een paar vragen.
1. Zou dit de moeite waard zijn om te verhuizen?
2. Heb ik het in het afgelopen jaar gebruikt?
3. Heeft dit voor mij grote emotionele waarde?
4. Gebeurt er iets verschrikkelijks als ik het weggeef?
5. Zou dit de moeite waard zijn om te verhuizen?
Als je na deze vragen nog steeds twijfelt, leg het dan in de twijfeldoos.
Je hoeft niet iedere beslissing binnen vijf seconden te nemen. Soms helpt het juist om iets even uit het zicht te leggen en er later nog eens naar te kijken. Je kunt de twijfeldoos tijdelijk op zolder, in de schuur of in de garage zetten. Spreek vervolgens met jezelf af dat je er bijvoorbeeld na drie of zes maanden opnieuw naar kijkt.
Vaak merk je dat je na zo’n periode veel makkelijker kunt beslissen. Je hebt de spullen al die tijd niet gemist en ineens is het een stuk duidelijker of je ze echt wilt bewaren.
5. Weg met het onbruikbare
Sommige spullen hoef je eigenlijk helemaal niet zo lang te bekijken. Je weet het meteen: dit is kapot, incompleet, versleten of gewoon niet meer bruikbaar. Dan mag het weg.
Heb je iets wat kapot is? Vraag jezelf dan eerlijk af of je het daadwerkelijk gaat repareren. Niet ooit misschien, maar echt. Als het antwoord nee is, heeft het waarschijnlijk geen zin om het nog maanden in een kast te bewaren. Een kapotte broodrooster die al maanden in de kast ligt omdat je hem ooit nog wilt laten maken? Misschien is dit het moment om daar een beslissing over te nemen.
Kijk ook kritisch naar spullen die over de houdbaarheidsdatum zijn zoals voedingswaren, kranten en tijdschriften, make-up, medicijnen (die kun je inleveren bij apotheek). En die uit gelubberde sokken en grijsgewassen ondergoed. Daar maak je ook een ander niet meer blij mee.
Tijdens het opruimen helpt het om eerlijk te zijn tegen jezelf. Wat niet meer bruikbaar is, hoeft geen plek in je huis te houden.
6. Geef spullen een tweede kans
Niet alles wat je zelf niet meer gebruikt, hoeft weggegooid te worden. Misschien kan iemand anders er juist heel blij mee zijn.
- Denk aan kleding en schoenen die te groot of te klein zijn geworden of die je al jaren niet meer aan hebt gehad.
- Miskopen en cadeautjes die je lelijk vindt of waar je niks mee kunt.
- Spullen waar inmiddels een dikke laag stof op ligt, blijkbaar gebruik je ze al heel lang niet meer en vind je het ook niet de moeite waard om ze schoon te houden.
- En dan hebben we natuurlijk nog de spullen die vooral heel veel ruimte innemen. Die hometrainer die inmiddels vooral dienstdoet als kledingrek bijvoorbeeld. Of die grote keukenmachine die je ooit vol enthousiasme kocht, maar waar je eigenlijk nauwelijks naar omkijkt.

Misschien denk je bij een bepaald item meteen aan iemand die het goed kan gebruiken. Maak er dan direct een foto van en vraag of diegene interesse heeft.
Is iets nog voldoende waard om te verkopen? Zet het dan op Marktplaats of een andere verkoopsite. En anders kun je het naar de kringloop brengen of doneren aan een goed doel.
Probeer er wel voor te zorgen dat de spullen ook echt vertrekken. Anders staat die doos met spullen die nog weg moeten over drie maanden nog steeds in de gang.
7. Loslaten is oefenen
En dan komen we bij het lastigste onderdeel van opruimen: loslaten. Die bekende gedachte komt vanzelf: maar stel dat ik het toch nog nodig heb? Natuurlijk kan dat gebeuren. Misschien heb je ooit iets weggedaan en kwam je er later achter dat je het toch had kunnen gebruiken.
Maar vraag jezelf ook af: hoe vaak gebeurt dat nou echt?
Waarschijnlijk veel minder vaak dan je denkt. En als het een keer gebeurt, kom je daar meestal ook wel weer overheen. Je hebt misschien die oude vaas niet meer kunnen gebruiken voor dat ene feestje, maar weet je: je bent er ook weer overheen gekomen en ligt er nu al lang niet meer wakker van. Zo erg was het dus niet.
Loslaten is iets wat je kunt oefenen. Hoe vaker je keuzes maakt, hoe makkelijker het wordt.
8. Kijk ook naar wat spullen met je doen
Aan ieder voorwerp in je huis hangt een herinnering of een voornemen. Het vergt daarom wat moed om de spullen die je niet langer nodig hebt, los te laten. Maar het kan ook een opluchting zijn. Denk bijvoorbeeld aan die onafgemaakte cursus Spaans het kan behoorlijk op je schuldgevoel werken iedere keer als je hem ziet. Door afscheid te nemen van die cursus kun je je weer richten op de toekomst.
Loslaten betekent niet dat je het verleden weggooit. Je kiest ervoor om niet alles uit het verleden mee te nemen naar de toekomst.
En als je eenmaal een plek hebt leeggehaald, maak hem dan meteen goed schoon. Zuig de hoekjes en kieren uit, neem de plank of lade af met een microvezeldoek en maak de spullen die je terugzet ook even schoon.
Zo heb je niet alleen opgeruimd, maar ook meteen een frisse, schone plek. Dat voelt toch net even lekkerder.
9. Zorg dat spullen je huis ook echt verlaten
Je hebt alles uitgezocht, dozen gevuld en keuzes gemaakt. Nu komt een stap die vaak wordt vergeten: zorg dat de spullen ook daadwerkelijk je huis uit gaan.
Gooi de inhoud van de weggooi-doos meteen in de juiste afval- of papiercontainer. Zet de doos daarna weer klaar voor je volgende opruimactie.
Heb je een doos gevuld met spullen die weg kunnen? Maak er dan meteen een actie van:
- Heb je spullen die iemand anders wil hebben? Maak direct een afspraak om het te laten ophalen of breng het langs.
- Wil je iets verkopen? Maak meteen foto’s en zet het online. Spreek met jezelf af hoe lang je het te koop laat staan. Is het na die periode nog niet verkocht? Dan kun je het alsnog naar de kringloop brengen.
- Heb je spullen voor de kringloop? Dan kan het handig zijn om één vast moment per week te plannen waarop je de doos wegbrengt.
Je kunt de doos tijdelijk in de schuur of garage zetten, maar maak daar geen eindstation van. Anders verplaats je de rommel alleen maar van de ene plek naar de andere. Het doel van opruimen is uiteindelijk niet een mooi gevulde doos in de garage. Het doel is dat de spullen die je niet meer nodig hebt je huis echt verlaten.
Opruimen wordt makkelijker als je het klein houdt
Je hoeft dus niet te wachten tot je een heel weekend vrij hebt om te beginnen. Kies vandaag één lade. Of één plank. Zet een timer op vijftien minuten en kijk gewoon eens wat er gebeurt. Misschien ben je na een kwartier klaar. Misschien ga je nog even door. Allebei is goed.
Zin om meteen te beginnen?
Download dan onze gratis opruim-checklist, print hem uit, pak een pen, kies één plek in huis en vink af wat je hebt gedaan.
Zo zie je meteen resultaat én weet je precies wat je volgende stap is.
Download hier de gratis opruim-checklist

Dit artikel heeft eerder in De Organizing Agenda gestaan.




Ik ben er het helemaal mee eens dat het huis er visueel groter uitziet als het goed opgeruimd is. Ik doe mijn best om mijn nestje op tijd schoon te maken, maar mijn probleem is dat mijn spullen geen vaste plek hebben — ik ben te creatief en een beetje rommel hoort nu eenmaal bij mijn woning. Daarom als ik het niet leuk vind om op te ruimen huur ik liever iemand in om me te helpen!
Goede tips!